In welke persoonsvorm schrijf je een boek en waarom?

Even terug naar de basis of lagere school. Terug naar rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde (vooral topografie) en naar TAAL.

Nu niet even over de t’s en d’s, ook niet over de tegenwoordige of verleden tijd. Maar de ik, jij, hij(zij), wij jullie en zij (meervoud)
Je kent vast nog de rijtjes, ik loop, jij loopt, hij loopt, wij, jullie en zij lopen allemaal.
Het gaat vooral om de ik en hij vorm. Ik is de eerste persoon in enkelvoud en hij is de derde persoon enkelvoud.

Voor een aantal auteur is het makkelijker werken vanuit de eerste persoon.

Ik, Yvonne van Kampen, ben nu 22 jaar en ik sta voor de klas van een basisschool. Elke dag is een beproeving met die kleine dreumesen.

Zo begint een verhaal. Uit deze zin weet je gelijk hoe de hoofdpersoon heet, hoe oud ze (haar naam is vrouwelijk) is en wat ze voor werk doet.
Deze manier is veel makkelijker om een boek vol te schrijven. Het denken kan je ook gewoon vertellen.

Als de schoolbel gaat, staan alle kinderen op. ‘Jongens en meisje, als jullie straks thuis zijn, vraag aan mamma of pappa dat je het jeugdjournaal wilt zien, morgen gaan we daar over praten. Oké?’
De hele klas roept door elkaar ‘Ja juf Yvonne,’ en ik moet voetballen, of ik moet zwemmen.
‘Ga maar naar huis, tot morgen.’ Ze ruimt haar spullen op en stopt een paar boeken in haar tas. Net als ze de klas uit wil lopen, voelt ze een windvlaag. Ze stopt en kijkt naar de ramen. Eentje staat nog op een kier.

Je voelt al gelijk het verschil, de eerste persoon is directer, je ziet en voelt gelijk wat er gebeurt.
In de derde persoon kijk je -als het ware- op afstand wat deze handelingen.

Eigenlijk is het gewoon een gevoelskwestie wat vind je prettiger om te schrijven.

De titel is…

De titel is… heel moeilijk te verzinnen!

Je zou denken dat een titel bedenken voor een boek bedenken de eerste stap is van het schrijven van een boek. Maar dat is niet altijd zo. De ene schrijver heeft de titel voorafgaand aan het schrijven al bedacht, bij de ander komt de titel van een boek tijdens het schrijven in hen op, anderen moeten er na het schrijven van het boek goed voor gaan zitten.

De titel van jouw boek zijn de eerste woorden die een lezer leest. Dit is dus de eerste kans waarmee u de lezer kan uitnodigen tot het lezen van uw boek. Daarom is een pakkende titel erg belangrijk. Maar hoe bedenkt u zo’n pakkende titel?

De titel is HET EERSTE KENNISMAKINGSMOMENT
Het eerste wat de lezer leest van uw boek, is de titel. Het is het kennismakingsmoment tussen uw boek en de lezer. Net zoals bij alle eerste indrukken, is de indruk die de titel van uw boek wekt, erg belangrijk.

De titel van een boek moet nieuwsgierig makend en uitnodigend zijn om verder te lezen. Die eerste woorden moeten vragen oproepen en het onderbewuste prikkelen om verder te willen lezen. Daarnaast moet een titel ook allesomvattend zijn en de inhoud van uw boek goed beschrijven. Met andere woorden: de verwachting van de lezer na het lezen van de titel, moet stroken met de inhoud van uw boek.

EEN PAKKENDE TITEL BEDENKEN
Een titel bedenken is misschien wel het moeilijkste van het schrijven van een boek. Van die eerste woorden die de lezer leest, hangt erg veel af: de lezer slaat het boek open of legt het weer terug in de schappen. Om u te helpen bij het bedenken van een pakkende titel, is het handig te weten dat er verschillende soorten titels bestaan.

Personage titels: de titel bestaat uit de naam van het hoofdpersonage. Een sport figuur: Max Verstappen (jr vs sr) of Robin Hood

Situerende titel: de titel benoemt de plaats of de situatie waarin de hoofdpersoon zich bevindt. ‘De eetclub’

Samenvattende titels: de centrale handeling wordt samengevat. ‘De overval’

Slotsomtitels: de titel benoemt de moraal van het verhaal. Vaak is er sprake van een bekend spreekwoord of een citaat dat naar een andere context verwijst. Dit kan letterlijk, ironisch of cynisch bedoeld zijn. ‘Liefde op het eerste gezicht’

Verwijzende titels: de titel verwijst naar, en maakt zo gebruik van, een tekst of gegeven buiten het verhaal. ‘De buren van nr 10′

Kreettitels: de titel is een hippe kreet.

Kernbeeldtitels: de titel wordt gevormd door een beeld dat van een centrale symbolische betekenis is voor het verhaal en daarnaast iets van de sfeer van het verhaal overbrengt, vaak door middel van een ding dat eenmalig of vaker in het verhaal opduikt. ’72 dagen in de Andes’

Tegenstellingentitel: de titel geeft de tegenstellingen weer waar het in het verhaal om draait. ‘Zwart is het nieuwe wit’
(Bron: I. Risseeuw, 2012)

Al met al is een nieuwe titel het begin voor vele mensen om aan een boek te beginnen: te lezen, al dan niet fysiek of digitaal, of totaal anders te luisteren.

Fysieke boeken of E-books?

Fysieke boeken of E-books

Wat is handiger om te lezen of mee te nemen op reis?  Tot verkort was ik een grote liefhebber van fysieke boeken, het vasthouden, het gevoel van papier, de geur ervan. Heerlijk! Maar het was ook gelijk een nadeel. Als je een aantal weken op reis gaat, dat is een paar kilo boeken zo in de koffer gestopt, in je rugzak gaat het niet. Bovendien je kan maar tien boeken lenen en meenemen van de bieb.

Heb je een e-reader, dan kun je makkelijk 50 epubs (kobo) of mobi’s (voor de Kindle) ‘uploaden’. Ook tijdens de vakantie kun je nog via internet bij de bieb nieuwe titel(s) downloaden naar de telefoon of tablet en vervolgens weer uploaden naar de e-reader.

Zo kom je nooit zonder leesvoer te zitten! Veel plezier!

 

 

Gedachtenspinsels of Mijmeringen

mijmering – Zelfstandignaamwoord
1. diepe maar vage gedachte: ‘Natuur druist eigenlijk heel erg in tegen de menselijke aard. De dingen laten gebeuren en dan met de handen in de zakken toekijken: er zijn maar weinig mensen die dat kunnen.’ Het zijn de mijmeringen van een lokale digitale expert die ons de volgende ochtend meeneemt op een dauwtrip op het wereld wijde web.

gedachtespinsel 

1. vaag of gefantaseerd idee

Opmerkingen

Het meervoud wordt meer gebruikt dan het enkelvoud.